Onderwijs en sentimentaliteit

In 2010 publiceerde Engels cultuurcriticus Theodore Dalrymple een messcherp boek waarin hij de ‘sentimentaliteit van de samenleving’ ontleedt en onder kritiek stelt. Sentimentaliteit richt zich op het (overmatig) uiten van gevoelens en emoties in het openbaar. Waar voorheen mensen hun verdriet, woede of blijdschap in hun privéleven hielden, is er de laatste jaren een trend zichtbaar waarin emotie en sentiment een belangrijke rol gaan spelen in het publieke domein.

Een interessant punt waarin deze sentimentaliteit naar voren komt is het onderwijs. Kinderen zijn, in de romantische visie op mens en maatschappij, onschuldig en in zichzelf goed. Volwassenen beïnvloeden de kinderen en creëren hierdoor slecht gedrag. Kinderen mogen, vanuit dit gezichtspunt, alles in het leren zelf ontdekken. Het aanleren van regels of het wijzen op fouten die leerlingen maken is vanuit deze gedachte fundamenteel verkeerd. Een taal leren leerlingen niet door het aanleren van grammaticale regels of het stampen van woorden, maar door het spelend ontdekken van de taal. Nu zit er in de gedachte dat kinderen dingen leren door te spelen, te doen of te ontdekken wel een goede grond. Maar om hier een heel onderwijsbeleid op te baseren?

Dalrymple beschrijf in zijn boek de Engelse maatschappij, maar er zijn zeker parallellen te trekken met de Nederlandse situatie. In het recent uitgekomen rapport Onderwijs2032 schrijven de auteurs als het eerste kenmerk van goed onderwijs: ‘Leerlingen doen kennis en vaardigheden op door creatief en nieuwsgierig te zijn.’ Het onderwijs in 2032, volgens dit rapport, draait niet zozeer om kennis, maar meer om vaardigheden, ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid en het leren omgaan vrijheid en verantwoordelijkheid. Ik denk dat men hier voorbij gaat aan de kennis zelf, die nodig is om als basis te dienen voor vaardigheden, vrijheid en verantwoordelijkheid. Wanneer leerlingen zonder deugdelijke kennisbasis de scholen verlaten zullen ze in de maatschappij veel minder kunnen presteren.

Een ander voorbeeld waar dit duidelijk naar voren komt, zijn de lessen ‘kritisch denken’, die minister Jet Bussemaker onlangs lanceerde voor het mbo. Men constateerde dat leerlingen op basis van fragmenten informatie van Facebook een mening vormden en die rondbazuinden. Hier komt het gebrek aan kennis openbaar: wanneer leerlingen achtergrondkennis bezitten zullen ze zaken in een heel ander licht gaan zien. Het aanleren van goede communicatie omtrent de eigen mening is dan een onvoldoende remedie: alle leerlingen moet kennis worden meegegeven voor de toekomst! Dit kan niet enkel door het spelend informatie verwerken of fragmentarisch kennis opdoen. Hier is een rol voor de leraar, die zijn vakkennis moet overbrengen naar zijn leerlingen. Het is sentimenteel en overdreven om te veronderstellen dat leerlingen zelf de kennis die ze nodig hebben wel kunnen ontdekken.

 

Geschreven door Koos-jan de Jager

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *