Corpus humanum

Ik neem je mee naar station Utrecht Centraal. Je ziet hier honderden mensen af en aan lopen. Let eens op al die gezichten, er zijn er niet twee hetzelfde. Ieders lichaam heeft zijn unieke en kenmerkende bouw. Ondanks alle verschillen heeft elk lichaam het volgende met alle andere lichamen gemeen: het beweegt zich, het functioneert.

Al van jongs af aan interesseer ik me hevig in het menselijk lichaam met zijn fascinerende werkingen, functies en mogelijkheden. Nu je dit van me weet, denk je vast dat ik geneeskunde of iets op dat vlak studeer. Het feit echter dat ik grote kans heb flauw te vallen bij het zien van wat bloed, bewijst wel dat het een goed plan is geweest dat ik drie jaar geleden niet voor deze studie koos. Desalniettemin blijft het menselijk lichaam voor mij een bron van fascinatie en verwondering.

Uit hoeveel prachtige en bruikbare delen bestaat ons lichaam. En ook hierbij geldt: ontberen doet waarderen. Je ziet pas echt de waarde van al deze lichaamsdelen in wanneer je ze –tijdelijk– niet meer kunt gebruiken. Dat het niet vanzelfsprekend is dat dit wonderlijke menselijke ‘systeem’ goed functioneert, bewijzen wel de vele ziekten en de diverse beperkingen die op deze wereld gevonden worden. Slopende ziekten tasten het prachtig gemaakte lichaam aan. Lichamelijke beperkingen belemmeren de gebruiksmogelijkheden. Het ouder wordende lichaam verandert, het vermindert in schoonheid en kracht. Helaas, dit hoort ook bij het menselijk lichaam en bij het leven.

En ja, dat woordje ‘leven’ brengt mij bij het wonderlijkste van het gehele lichaam: het is geen perfect functionerende machine of computergestuurde robot, maar het lééft! Je ademt, je beweegt, er zit leven in je! En juist dit prachtigste, wonderlijkste, onbegrijpelijkste durft de mens aan te tasten. Het onvolgroeide, maar complete wezentje in moeders buik wordt meedogenloos vernield. En dat gebeurt niet één keer, maar dertigduizend keer per jaar. Dertigduizend lichaampjes –en lévens– worden jaarlijks in Nederland vernield. Een onvoorstelbare, maar helaas onloochenbare waarheid.

De mens geeft hiermee voor te mogen bepalen wie er wel of niet mag zijn. Vergetend –al dan niet met opzet– dat ieder mens een persoonlijkheid is, bestaande uit ziel en lichaam. Wie zijn wij dat we beslissen over het leven van onze onmondige medemensjes?

Geschreven door Henrike van den Dikkenberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *