Tijd voor de boer!

Als er in 2016 één krantenkop is waarvan ik ben geschrokken, is het wel een citaat uit een interview met staatssecretaris Martijn van Dam. De kersverse staatssecretaris zei daar letterlijk: ‘Ik zit hier niet voor de boeren.’ Moet je voorstellen dat de minister van Defensie zou zeggen: ‘Ik zie hier niet voor het leger’. Bizar! Voor wie anders?

Onrecht

Dit voorval is intussen wel tekenend voor de manier waarop deze overheid met boeren omgaat. Wat mij betreft is het agrarisch beleid van dit kabinet het minst voor het voetlicht gebrachte politieke onrecht in Nederland. De boeren, goed voor ruim 85 miljard aan export per jaar, worden keer op keer voor het paaltje gezet. Ze doen het nooit goed. Dan is de sterfte weer te hoog, dan is er weer sprake van een fosfaatoverschat, dan is er weer te veel fijnstof in de omgeving van een boerderij. Deze week nog was het weer de stank die het platteland onleefbaar zou maken. De agrarische sector moet om. Dat is het devies van allerlei milieuclubs en (helaas) ook van politieke partijen.

Funest beleid

Vanuit deze zure houding is de afgelopen jaren funest beleid gelanceerd. De boeren zijn keer op keer de dupe. Deze trend is al jaren aan de gang. De regelgeving neemt steeds verder toe. Steeds meer moet voldaan worden aan allerlei eisen. En laat duidelijk zijn: daar is niets mis mee. Een duurzame en diervriendelijke landbouwsector is helemaal niet verkeerd. Echter, de landbouwsector zet heel grote stappen op dit terrein en is daarin een voorbeeld voor andere sectoren. Belangrijk is dat de overheid boeren stimuleert om op deze weg door te gaan. Daar past geen verstikkend beleid bij. Het duidelijkste voorbeeld van zulk verstikkend beleid is wel de hele discussie rondom fosfaat. Van Dam lanceerde hier een flutwet die geen problemen oplost en wel heel veel knelgevallen maakt. Onbegrijpelijk dat dit kabinet een goed werkende en duurzame sector op deze manier kapot maakt.

Lakse houding

Nu kun je op zichzelf over beleid nog van mening verschillen. Wat ik nog veel erger vindt, is de houding van de huidige staatssecretaris. Hij zit er dus niet voor de boeren. En inderdaad, dat blijkt hij flink waar te maken. Zo kreeg Van Dam al in juli te horen dat de Europese Commissie bezwaren had tegen de invoering van de fosfaatweg zoals deze toen voorlag. In oktober meldde hij dit aan de Kamer. Een voorbeeldje van laksheid. Nog zo’n voorbeeld: Deze week werd de stoppersregeling geopend voor melkveehouders. De belangstelling was zo groot dat deze al na een dag gesloten moest worden. De reactie van Van Dam was opmerkelijk. “Het is goed te zien dat er belangstelling is voor de regeling en dat het dus werkt om de fosfaatproductie te reduceren.” Goed om te zien? Ja, echt waar? Goed om te zien? Wat triest dat zoveel boeren deze regeling aangrijpen om te stoppen met boeren! Dat zegt wat over hoe groot de druk is op deze sector.

Tijd voor de boer

Daarom is het tijd voor de boer. Het is hoog tijd voor realistisch beleid. Hoog tijd voor een minister die echt hart heeft voor de landbouw. Een minister die er wel is voor de boeren.

Dit is de derde column in een serie van zes columns over de verkiezingscampagne van de SGP; volgende week donderdag een column over het derde thema: Voor vrijheid van onderwijs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *